In principe geeft de autofabrikant de bandenspanning aan voor de gemonteerde bandenmaat. Hij kiest daarbij voor een compromis tussen comfort en wegligging. Daarbij wordt soms onderscheid gemaakt tussen te rijden snelheid en mate van belading.
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen merk en type band. Dat laatste is vreemd - bij dezelfde bandenspanning zal het gedrag van de band verschillen afhankelijk van constructie en loopvlakmateriaal. Tot circa 1970 gaven bandenfabrikanten voor een bepaald automodel verschillende bandenspanningen op, op basis van hun ervaringen.
Inmiddels zijn autofabrikanten verplicht met een sticker aan te geven wat de bandenspanning zou moeten zijn en daar is (met uitzondering van bijzondere sportieve typen auto's) geen ruimte meer voor diverse merken en typen band.
In de praktijk kan de aanbevolen bandenspanning probleemloos met ca. 0,3 bar worden verhoogd, hetgeen rem- en stuurgedrag doorgaans ten goede komt. Dat zal mogelijk iets ten koste van het comfort gaan. Wat in een bepaald geval (voor een bepaalde auto- en bestuurdercombinatie) het best bevalt, kun je proefondervindelijk bepalen door de spanning stapsgewijs met 0,1 bar te verhogen.
Zolang je daarmee de spanning niet verhoogd tot de max. spanning die ergens op de zijkant van de band staat aangegeven, levert dat geen gevaar op. Doorgaans wordt ruim voor die spanning wordt bereikt de auto al zo "stuiterig" dat je terug gaat verlangen naar een iets lagere bandenspanning.